1. Overgewicht en obesitas, een normale reactie op een niet-normale situatie

Volgens de ‘World Health Organisation’ (WHO) waren er in 2005 wereldwijd 1,6 miljard volwassenen met overgewicht en waren 400 miljoen mensen obees. Men vermoedt dat deze aantallen in 2015 zullen zijn gestegen naar 2,3 miljard mensen met overgewicht en 700 miljoen obese mensen. Daarnaast schat de WHO dat er jaarlijks 2,6 miljoen mensen overlijden aan de gevolgen van overgewicht en obesitas.

In Nederland is het gemiddelde BMI van de bevolking 25,3 waarbij 12% van de Nederlandse bevolking een BMI heeft dat hoger ligt dan 30 en dus echt obees is. Dit is ruim een verdubbeling ten opzichte van 1981.
De reden van deze stijging in aantallen is voor een groot gedeelte te wijten aan de ontwikkeling dat men de afgelopen decennia meer is gaan eten dan men nodig heeft. Ook is men minder is gaan bewegen sinds de intrede van de computer. Al jaren wordt er tot in den treure gediscussieerd door voedingsproducenten, wetenschappers, overheid en consumentenorganisaties over wie hier schuldig aan is.

De oorzaak van gewichtstoename bij mensen is terug te voeren op het volgende feit; Als er meer energie in het lichaam gaat dan er gebruikt wordt door arbeid en warmteverlies neemt de hoeveelheid energie, als vet opgeslagen, in het lichaam toe.
Het gaat echter te ver om de schuld volledig bij de overgewicht- of obesitaspatiënt te leggen. Het is evolutie technisch namelijk erg logisch dat we sinds 20 jaar een sterke groei zien van het aantal mensen met overgewicht en obesitas.
In de jaren 80 van de vorige eeuw deed de computer zijn intrede en deze gebeurtenis heeft een gigantische impact op onze levensstijl gehad. De noodzaak om lichamelijke arbeid te leveren is tot een minimum beperkt waardoor we minder energie verbranden.

Daarnaast worden we door de voedingsmiddelenindustrie gestimuleerd om veel smakelijke en calorierijke voedingsmiddelen te eten. De mens is van nature ‘geprogrammeerd’ om zichzelf tegen uithongeren te beschermen. Door de evolutie heen heeft het lichaam zich aangepast om te overleven in een voedselarme omgeving waarin het slim was om iedere snack die men te pakken kon krijgen te consumeren.

Een natuurlijke bron van suikers zit bijvoorbeeld in fruit. Omdat dit niet altijd voor handen was aten onze voorouders hiervan zoveel mogelijk zodra de kans zich voordeed. Het eten van voldoende fruit vergroot namelijk de kans om te overleven. Onze voorouders hebben op deze manier de voorliefde voor zoetigheid aan ons doorgegeven.

Daarnaast zijn zout en dierlijk vet cruciale voedingsonderdelen voor het menselijk lichamelijk die voor onze voorouders niet altijd voorhanden waren. Het gevolg is dat we een aangeboren voorkeur hebben voor vet, en zout en geneigd zijn hiervan veel te consumeren als we de kans krijgen.

Op deze voorkeur wordt ingespeeld door de voedingsmiddelenindustrie. Wie een ronde maakt in de stationshal van Utrecht zal per stap een meervoud aan ‘verleidingen’ krijgen tot smakelijk en calorierijk eten. We leven in een dikmakende omgeving waarin de noodzaak tot bewegen steeds verder afneemt.
In de volgende hoofdstukken geven we inzicht in de vele complexe factoren die samenhangen met overgewicht en obesitas. De uitdrukking ‘elk pondje komt door het mondje’ is net zo verraderlijk als simpel omdat deze, hoewel er een kern van waarheid in zit, onvolledig is. Deze uitdrukking omvat slechts het symptoom ‘overeten’ en duidt niet de vele achterliggende oorzaken aan.