9. Behandeling van overgewicht en obesitas

Over weinig gezondheidsthema’s doen zo veel fabels, mythes en overdrijvingen de ronde als over afslanken en gezondheid. Voor de patiënt is dit lastig omdat deze vaak door de bomen het bos niet meer ziet.

Voor zorgverleners is dit iets om rekening mee te houden en daarom is het van essentieel belang dat men als zorgverlener hierover heldere uitleg kan bieden aan de patiënt. Voorwaarde hiervoor is dat men bekend en vertrouwd is met de fysiologische achtergronden van voeding- en bewegingsleer alsmede kennis heeft van psychosociale factoren die bij deze patiëntengroep een rol spelen.

Voor zorgverleners is het belangrijk duidelijke, goed onderbouwde en bovenal realistische doelen te stellen met de patiënten. Het is realistisch te streven naar een gewichtsverlies van 10 – 15 % over een periode van 6 maanden. Daarna streeft men een stabilisatie van dit lichaamsgewicht na. Dit percentage geeft al een belangrijke gezondheidswinst. Dit blijkt uit onderzoek van Neter et al. 2003 en van Gaal et al. 2006.

Bij kinderen is het realistisch om een BMI stabilisatie na te streven. Deze zal op termijn beter bij de leeftijd passen (zie hoofdstuk 3 Body Mass Index).

De oorzaken en gevolgen van overgewicht en obesitas zijn in hoofdstuk 6 & 7 besproken. Hierop baseren wij dat het voor een goed resultaat belangrijk is dat zowel oorzakelijke als symptomatische factoren behandeld worden. De optimale behandeling is daarom op fysiek – pathofysiologisch en psychosociaal vlak.

Een belangrijk behandeldoel is ook dat patiënten na een behandeltraject zelfstandig keuzes kunnen maken die voorkomen dat het overgewicht terugkomt/verergerd. Als dit lukt worden patiënten zorgonafhankelijk. Voorlichting over leefstijl, bewegingsleer, voeding en psychosociale factoren zijn belangrijke punten in een behandeling.

Het behandeltraject moet gericht zijn op een gezonde leefstijl, op het verminderen van energie-inname en het verhogen van de lichamelijke activiteit. Psychologische behandeling gericht op gedragsverandering biedt hieraan ondersteuning.
Een behandeltraject kunnen we grofweg splitsen in drie kerngebieden: sport & bewegen, voeding en diëtiek en psychosociale factoren. Gezien de ernst van de symptomen is het raadzaam om voor elke categorie een specialist in te schakelen. De aangewezen specialisten zijn een fysiotherapeut, voedingsdeskundige/diëtist en psycholoog . Belangrijk is dat de interventie patiëntspecifiek wordt toegepast.