3. Body Mass Index

De Body Mass Index (BMI) is de meest gehanteerde methode waarbij men kan zien of er sprake is van onder-, normaal- of overgewicht. Het BMI berekent men door het gewicht te delen door de lengte in het kwadraat. Bij volwassenen is sprake van overgewicht vanaf een BMI van 25. Vanaf een BMI van 30 wordt gesproken over obesitas.

De term BMI is verstrengeld met het onderwerp overgewicht en obesitas. Al in 1832 publiceerde de Belgische astronoom, wiskundige, statisticus en socioloog L.A.J. Quételet over het feit dat het gemiddelde gewicht van dienstplichtige soldaten evenredig toenam met het kwadraat van hun lengte. De formule werd destijds de ‘Quételet-index’ genoemd.
In 1972 ontdekte de Amerikaanse fysioloog A. Keys dat de ‘Quételet-index’ tevens een goede methode was om de hoeveelheid vet in het lichaam in te schatten. Hij heeft de ‘Quételet-index’ omgedoopt tot de Body Mass Index.

Er zitten enkele haken en ogen aan het BMI. Door een grotere dichtheid en zwaarte van spiermassa kan het zijn dat een fors gespierd persoon met weinig vet toch een te hoog BMI heeft.
Het BMI is ook minder geschikt voor ouderen (70+) omdat door ouderdom het lichaam verandert. Deze veranderingen zijn onder meer het krimpen (v.a. ons 50e levensjaar) door het platter worden van de tussenwervelschijven, het enigszins indrogen van spier en orgaanweefsel en het verkrommen van onze ruggengraat.

De BMI meting is ook bij minderjarigen omstreden. In de groeiperiode veranderen de lichaamsproporties namelijk met regelmaat. Daarnaast is de lichaamssamenstelling van kinderen onderhevig aan vele veranderingen. Ook hierdoor kan het BMI worden beïnvloed.

Toch wordt het BMI bij kinderen nog steeds gebruikt om vast te stellen of er sprake is van overgewicht of obesitas. Simpelweg omdat er geen bruikbaar alternatief is. In een onderzoek van Mei et al 2002 is aangetoond dat het BMI de beste indicatie geeft voor het al dan niet hebben van overgewicht en obesitas bij minderjarigen. In een onderzoek van Cole et al. 2000 zijn er afkapwaarden voor BMI naar geslacht en leeftijd berekend. Deze zijn terug te vinden in figuur 1.

Figuur 1. Afkapwaarden voor BMI naar geslacht en leeftijd

Leeftijd Jongens: Meisjes:
Overgewicht Obesitas Overgewicht Obesitas
08,0 18,44 21,60 18,35 21,57
08,5 18,76 22,17 18,69 22,18
09,0 19,10 22,77 19,07 22,81
09,5 19,46 23,39 19,45 23,46
10,0 19,84 24,00 19,86 24,11
10,5 20,20 24,57 20,29 24,77
11,0 20,55 25,10 20,74 25,42
11,5 20,89 25,58 21,20 26,05
12,0 21,22 26,02 21,68 26,67
12,5 21,56 26,43 22,14 27,24
13,0 21,91 26,84 22,58 27,76
13,5 22,27 27,25 22,98 28,20
14,0 22,62 27,63 23,34 28,57
14,5 22,96 27,98 23,66 28,87
15,0 23,29 28,30 23,94 29,11
15,5 23,60 28,60 24,17 29,29
16,0 23,90 28,88 24,37 29,43
16,5 24,19 29,14 24,54 29,56
17,0 24,46 29,41 24,70 29,69
17,5 24,73 29,70 24,85 29,84
18,0 25,00 30,00 25,00 30,00

Bereken je BMI
cm
kg
Powered by Easy BMI Calculator

De Body Mass Index (BMI) is de meest gehanteerde methode waarbij men kan zien of er sprake is van onder-, normaal- of overgewicht. Het BMI berekent men door het gewicht te delen door de lengte in het kwadraat. Bij volwassenen is sprake van overgewicht vanaf een BMI van 25. Vanaf een BMI van 30 wordt gesproken over obesitas. Voor kinderen gelden andere afkapwaarden dan voor volwassenen. Wil jij weten of je BMI past bij je leeftijd? Vul je lengte en gewicht in en controleer het hier.