7. Gevolgen van overgewicht en obesitas

Net als bij volwassenen is overgewicht (op de lange duur) ook voor kinderen een risicofactor voor glucose-intolerantie, insulineresistentie, suikerziekte, hartinfarct, hoge bloeddruk, hersenbloedingen, het slaapapneusyndroom, artrose, een verstoorde hormoonhuishouding, klachten aan het maag–darmkanaal, een stoornis in spierontwikkeling, verminderde ontwikkeling van motorische vaardigheden en bepaalde vormen van kanker (baarmoederslijmvlies-, borst- en darmkanker).
Daar komt bij dat kinderen en pubers met een hoog BMI een grote kans hebben om ook op volwassen leeftijd overgewicht en obesitas te hebben. Daarnaast blijkt dat het risico op hart- en vaatziekte hoger is bij jonge obese patiënten. Bij aanhoudend overgewicht hebben deze kinderen als volwassene vaak nog meer risicofactoren van hart- en vaatziekten ontwikkeld.

Minderjarigen met een hoog BMI hebben namelijk een grote kans om ook op volwassen leeftijd overgewicht en obesitas te hebben. Dit komt omdat men tot het 18e levensjaar het aantal vetcellen opbouwt. Na het 18e levensjaar vindt er alleen een groei of krimp van de grootte van de vetcellen plaats. Verder speelt het een rol dat men in de pubertijd voor een groot deel de levensstijl ontwikkeld.

Naast pathofysiologische gevolgen zijn er ook psychosociale gevolgen van overgewicht en obesitas. Het ontwikkeling van een negatief zelfbeeld en negatieve lichaamsomgang in combinatie met een leefwereld waarin er begrip is voor diversiteit in uiterlijk kan leiden tot depressies, eetstoornissen zoals onder meer Binge Eating Disorder, Boulimia Nervosa en een verzwakte sociaal-maatschappelijke positie. Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat deze personen vervallen in een sociaal isolement.

Het onderzoek van Haines et al. toont aan dat obese kinderen hun kwaliteit van leven even laag beoordelen als jonge kankerpatiënten die chemotherapie ondergaan(..).
De term metabool syndroom wordt vaak gebruikt wanneer het gaat over overgewicht/obesitas. Het metabool syndroom is een combinatie van vier frequent voorkomende aandoeningen: hypertensie, suikerziekte, verhoogd cholesterol en overgewicht. Als tenminste drie van deze aandoeningen bij een persoon aangetoond zijn, is er sprake van een metabool syndroom.

Figuur 6. Gevolgen van overgewicht en obesitas

Pathofysiologisch Psychosociaal
Hart-, vaat- en darmziekten Negatief zelfbeeld
Glucose-intolerantie Negatieve lichaamsomgang
Insulineresistentie Maatschappelijk disrespect voor uiterlijk
DM2 Depressie
Coronair ischemisch hartlijden Eetstoornissen
Hypertensie Sociaal isolement
Verhoogd cholesterol Laag zelfvertrouwen
TIA/CVA Angststoornissen
Slaapapneusyndroom