10. Medicamenteuze en operatieve behandeling bij overgewicht en obesitas

Niet medicamenteuze behandeling is de eerste optie bij de aanpak van overgewicht en obesitas. Echter bij sommige patiënten zullen dieet en meer fysieke inspanning niet volstaan. Deze patiënten komen in aanmerking voor medicamenteuze of zelfs operatieve behandeling.

Artsen zijn terughoudend om obesitas te bestrijden met medicijnen of chirurgische ingrepen. Dit vanwege het risico op somatische fixatie, bijwerkingen van medicijngebruik en complicaties bij operaties.
Bij de behandeling van obesitas zijn vanwege heftige bijwerkingen veel producten uitgesloten. Het enige product waarvan de veiligheid en effectiviteit op de lange termijn bewezen is, is Orlistad. Belangrijk bij het verstrekken van dit middel is dat er oog is voor de contra-indicaties (chronisch melabsortiesyndroom en cholestase).

Ook moeten patiënten voor gebruik voorlichting krijgen over de bijwerkingen. Zo kan er olieachtige lekkage uit het rectum, sterke ontlastingsdrang, vaker ontlasting, flatulentie met verlies van ontlasting, vettige en olieachtige of vloeibare ontlasting, buikpijn en een lage bloedsuikerspiegel optreden.
Van vezelhoudende bulkpreparaten, planten en/of kruiden en homeopatische middelen is de werkzaamheid bekend noch bewezen.

Uit een onderzoek van Wadden et al. blijkt dat medicamenteuze behandeling meer effect heeft als deze wordt gecombineerd met gedragsadviezen en therapie. Orlistat kan dus enkel ondersteunend werken als toevoeging naast een multidisciplinaire aanpak van obesitas of bij patiënten met overgewicht en een aan obesitas gerelateerde andere aandoening.
Het te verwachten bijkomende effect van medicijngebruik om af te vallen naast een multidisciplinaire aanpak op het gewicht is beperkt; ongeveer 5% en dit bij langdurige therapie. Chirurgie wordt toegepast wanneer geen van de niet-operatieve behandelingen tot gewenste resultaten heeft geleid. Alleen patiënten met morbide obesitas (BMI 40+) of patiënten met een BMI hoger dan 35 en een aan obesitas gerelateerde andere aandoening komen in aanmerking.

Er zijn twee chirurgische standaardprocedures. Enerzijds ingrepen die de maag verkleinen en dus de voedselopname beperken (restrictieve ingrepen) en anderzijds ingrepen die de voedselopname vanuit de darm beperken (malabsorptieve ingrepen).